In Administration → Git beheer je de Git-status en acties voor werkmaps binnen de
huidige tenant. De pagina is bedoeld voor tenantgebruikers met de tenant-scoped Git Admin
permissie. Globale superadmins hebben impliciet toegang, maar Git Admin geeft geen platformbrede
tenant-switch of creator/superadmin-bevoegdheden.
Admin Git is de operationele plek voor tenant Git sync. Repo-instellingen zoals remote URL, default branch
en GitHub-token blijven in Tenant Config;
dezelfde Git Admin-permissie beheert die tenant Git sync instellingen en tenant git-server keys. Status, diff,
log en workspace-acties staan op deze aparte Git-pagina.
Git Admin-permissie
Tenantgebruikers met Git Admin-permissie kunnen de tenant Git sync instellingen, all-user workspace-status,
conflicts, changed files en Git-acties voor tenantwerkmappen gebruiken. Open branch
wisselt de sessie naar een previewcontext wanneer de frontend previewguard dit toestaat. Alle acties
draaien binnen de geselecteerde tenantrepo; de pagina is geen platformbrede Git-console en mag geen
werkmaps uit andere tenants tonen.
User-scoped werkmaps
Branch, checkout, lokale wijzigingen en merge-state horen bij de gekozen gebruikerswerkmap. Selecteer
dus eerst de juiste gebruiker voordat je status leest of acties uitvoert.
2. Status, log en diff per gebruiker
Gebruik het gebruikersoverzicht om te zien welke werkmap dirty is, hoeveel commits ahead of behind staan en
of er conflicts zijn. Gebruik de zoekbalk om gebruikerswerkmappen te filteren op gebruiker, werkmap,
branch, head of upstream. Open daarna de detailweergave voor logregels, bestandsdiffs en conflictdetails.
Onderdeel
Gebruik
Status
Toont branch, commit, lokale wijzigingen, ahead/behind en conflictstatus voor de gekozen user workspace.
Log
Laat recente commits op de huidige branch zien zodat je kunt beoordelen wat lokaal of remote is gebeurd.
Diff
Toont gewijzigde bestanden en inhoudelijke verschillen voordat je commit, reset of apply uitvoert.
Conflicts
Markeert bestanden die na pull of merge nog handmatige keuze nodig hebben.
Controleer voor iedere actie
Werk in de juiste tenant en gebruikerswerkmap.
Filter de werkmaplijst wanneer je veel tenantgebruikers of branches ziet.
Lees de diff voordat je commit, reset of apply gebruikt.
Los conflicts eerst op voordat je opnieuw pullt, pusht of apply uitvoert.
Admin Git is bedoeld om workspace-status expliciet te maken voordat je wijzigingen doorzet.
3. Open branch en previewcontext
Open branch opent geen GitHub, pull request of externe repositorypagina. De actie wisselt
de Dashview-previewcontext naar de gekozen branch voor de huidige tenant en gebruiker, zodat je de branch in
de frontend kunt bekijken. In de frontend is de actie beschikbaar wanneer de huidige gebruiker de gekozen
werkmap als preview mag openen, bijvoorbeeld de eigen werkmap met bewerkrechten of als superadmin voor een
andere gebruikerswerkmap. De onderliggende Git-route blijft tenant-scoped en Git Admin-gated.
De branch-preview blijft user-scoped: een andere gebruiker kan een andere actieve branch hebben.
Een bestaande branch-preview wordt niet automatisch overschreven door alleen te openen.
Gebruik Apply wanneer je de huidige repo-inhoud bewust naar de Dashview-resources van die previewcontext wilt schrijven.
Gebruik GitHub zelf wanneer je een remote branch, pull request of externe reviewpagina wilt openen.
4. Git-acties
De beschikbare acties werken op de geselecteerde gebruikerswerkmap binnen de tenant. Controleer altijd status
en diff voordat je een actie uitvoert. Workflow- of risicoacties gebruiken een bevestigingsdialoog met
focus op annuleren/weigeren, Escape-sluiten, scrollblokkering en focus-trap zodat je niet per ongeluk een
reset, apply of branch-preview start.
Actie
Wat er gebeurt
Commit
Stage de gekozen wijzigingen en maak een commit met een bewust bericht.
Pull
Haal wijzigingen van de remote branch binnen in deze gebruikerswerkmap.
Push
Stuur lokale commits naar de remote branch.
Apply
Lees de huidige repo-inhoud en schrijf ondersteunde resources terug naar Dashview voor deze tenantcontext.
Reset
Zet de werkmap hard terug naar de remote branch en gooi ongepushte lokale Git-wijzigingen weg.
Reset is de expliciete destructieve actie. Gebruik reset alleen wanneer je de lokale wijzigingen of merge-state
echt wilt weggooien.
5. Merge conflicts inspecteren en oplossen
Conflicts ontstaan meestal na pull of auto Git wanneer dezelfde resource lokaal en remote is gewijzigd.
Admin Git toont welke bestanden conflicteren en geeft je de plek om de definitieve inhoud te kiezen.
Open de conflictdetails en inspecteer de lijst met conflicted files.
Lees per bestand de huidige inhoud, remote wijziging en relevante diff.
Bewerk de final content zodat alleen de gewenste Dashview-configuratie overblijft.
Markeer het bestand als resolved of stage de resolved versie.
Herhaal dit voor alle conflicts totdat de werkmap geen unresolved files meer toont.
Maak daarna een commit en voer vervolgens Pull, Push of Apply uit wanneer dat bij je workflow past.
Gebruik Apply pas nadat de conflicten zijn opgelost en de diff klopt. Apply maakt de repo-inhoud
zichtbaar in Dashview-resources; het is geen conflictresolver op zichzelf.
6. Richtlijnen
Houd tenant repo-instellingen en git-server keys in Tenant Config; houd operationele werkmapacties in Admin Git.
Gebruik Git Admin of superadmin-toegang voor tenant Git sync instellingen, tenant git-server keys en all-user werkmapbeheer.
Behandel Admin Git als tenant-scoped Git Admin-oppervlak: user managers beheren Auto Git in Admin → Gebruikers, maar krijgen hiermee geen Git sync configuratie of all-user Git-werkmapbeheer.
Git Admin geeft geen globale tenant-switch of creator/superadmin-bevoegdheden; globale superadmins hebben alleen impliciet toegang bovenop hun platformrol.
Controleer tenant, gebruiker en branch voordat je commit, reset, apply of push gebruikt.
Secrets blijven buiten Git; zet geen credentials of runtime secrets in conflictoplossingen of commits.
Auto Git blijft een gebruikersinstelling in Admin → Gebruikers; status en herstel beheer je op Admin Git.
Bij twijfel over een conflict: lees eerst de diff en kies de final content expliciet, zonder op reset te leunen.