Governance MVP

Governed metrics layer

Governed metrics zijn tenant-scoped, canonieke definities voor belangrijke KPI's zoals omzet, marge, actieve klanten of churn. Het doel is dat dashboards, Dashbot, Autoflow, search en data quality dezelfde betekenis gebruiken in plaats van ieder hun eigen formule.

1. Tenant-scoped canonical metrics

Een governed metric is geen globale Dashview-metric. De definitie hoort bij een tenant en verwijst naar datasources, velden, filters en dimensies binnen die tenant. Daardoor kan hetzelfde woord, bijvoorbeeld Revenue, per tenant een eigen officiele betekenis hebben zonder andere tenants te raken.

MVP-richtlijn: behandel de governed metric als de bron van waarheid voor de businessdefinitie. Als een productoppervlak nog geen directe metric-picker heeft, kopieer de definitie dan niet ad hoc maar gebruik deze documentatie of adminconfiguratie als referentiepunt.

2. Definitievelden

Leg bij iedere canonieke metric minimaal deze velden vast.

Veld Betekenis
datasource De tenantdatasource waarop de metric draait. Bronrechten en forced filters van deze datasource blijven leidend.
aggregateExpression De aggregatie, bijvoorbeeld SUM(net_amount), COUNT(*) of AVG(score).
filters Metric-specifieke filters zoals status, type of uitsluiting van testdata. Deze filters komen bovenop tenant-, user- en forced-filtering.
timeField Het datum- of tijdveld waarmee perioden, trends en default time windows worden bepaald.
defaultGrain De standaard tijdsgranulariteit, bijvoorbeeld day, week, month of quarter.
dimensions Toegestane breakdownvelden, zoals regio, productlijn, sales channel of klantsegment.
owner De verantwoordelijke persoon, rol of groep die de businessdefinitie onderhoudt.
status / certified De governance-status, bijvoorbeeld draft, active of deprecated, plus of de metric gecertificeerd is voor breed gebruik.

3. Hergebruik in Dashview

Dashboards

KPI-, chart- en table-widgets kunnen dezelfde definitie volgen voor aggregatie, filters, tijdveld en dimensies. Zo blijven omzetkaarten en omzetgrafieken inhoudelijk gelijk.

Dashbot

Dashbot kan de metricnaam en beschrijving gebruiken om vragen zoals "toon Revenue per regio" naar dezelfde datasource, aggregatie en filters te vertalen.

Autoflow en automations

Metric-nodes en controles kunnen dezelfde businessdefinitie gebruiken voor drempels, meldingen en periodieke checks, in plaats van losse handmatige formules.

Search en data quality

Search kan gecertificeerde metrics vindbaar maken, terwijl data-quality checks kunnen controleren of de bronvelden, filters en time field nog bestaan en betrouwbare waarden opleveren.

4. Security en scope

5. Concrete Revenue metric

Stel dat Finance de tenantbrede definitie van Revenue wil vastleggen. De definitie kan er in MVP-termen zo uitzien:

{
  "id": "revenue",
  "name": "Revenue",
  "datasource": "orders",
  "aggregateExpression": "SUM(net_amount)",
  "filters": [
    { "field": "status", "op": "in", "values": ["paid", "settled"] },
    { "field": "is_test", "op": "=", "value": false }
  ],
  "timeField": "order_date",
  "defaultGrain": "month",
  "dimensions": ["region", "sales_channel", "customer_segment"],
  "owner": "Finance Operations",
  "status": "certified",
  "certified": true
}
Vraag Hoe de metric helpt
Dashboard KPI Gebruik orders, SUM(net_amount) en de Revenue-filters voor dezelfde totaalwaarde.
Revenue per maand Gebruik order_date met default grain month.
Revenue per regio Gebruik alleen toegestane dimensies zoals region; forced filters blijven actief.
Automation alert Laat een Autoflow-drempel naar dezelfde metric verwijzen, bijvoorbeeld Revenue deze maand lager dan target.
Deze Revenue-definitie is tenant-specifiek. Een andere tenant kan een andere datasource, ander bedragveld of andere statusfilters nodig hebben.

6. Admin workflow

  1. Kies de eigenaar en businessnaam van de metric.
  2. Controleer de datasource, kolommetadata en user/tenant rechten.
  3. Leg aggregatie, filters, time field, default grain en dimensies vast.
  4. Test de metric met representatieve dashboardfilters, Dashbotvragen en automation-checks.
  5. Test dezelfde metric met gebruikers die forced filters of beperkte datasource-rechten hebben.
  6. Zet pas daarna status of certified op de waarde die aangeeft dat de metric breed gebruikt mag worden.
  7. Review gecertificeerde metrics wanneer de brondatasource, businesslogica of securityregels veranderen.