Autoflow guide

Workflow, testen en AI flow generatie

Deze pagina beschrijft het dagelijkse gebruik van Autoflow: van flow aanmaken en connecten tot testen, opslaan en AI-gegenereerde flows corrigeren.

1. Toegang en permissies

Run-rechten

  • allow_autoflow_run is nodig om flows te laden en te testen.
  • Zonder run-rechten blokkeert de backend op /automations en /automations/{id}/test.

Edit-rechten

  • allow_autoflow_edit is nodig voor create/update/delete en omvat ook run-toegang.
  • Zonder edit-rechten blijft de builder in view-only mode.
  • Een flow met Dashbot genereren vereist daarnaast allow_dashbot_run.

2. Builder lifecycle

  1. Kies een bestaande flow via Load automation of klik New.
  2. Voeg nodes toe met de knoppen boven de canvas.
  3. Verbind nodes met drag-to-connect of Add connection.
  4. Selecteer een node om instellingen in de rechter editor aan te passen.
  5. Klik Test voor pad/evaluatie resultaten.
  6. Klik Save om op te slaan; Delete verwijdert de huidige flow.
Autoflow bovenbalk
Begin elke workflow hier: naam, status en hoofdacties zitten in dezelfde vaste bovenbalk.
Workflowcanvas
De uiteindelijke automationlogica leeft op het canvas; losse node-instellingen zijn ondersteunend.

3. Trigger modes en scheduling

Trigger ondersteunt twee modes: schedule en event.

Mode Velden Gedrag
schedule scheduleMode, scheduleTime, scheduleWeekday, scheduleMonthDay, schedule UI genereert cron op basis van preset, of gebruikt custom cron.
event eventType, minSeverity Gebruikt event-gedreven start (bijv. alert met minimum severity).

Schedule presets in editor

  • Toegestane waarden: manual, daily, weekdays, weekly, selectedDays, monthly, custom.
  • Bij custom blijft het cron veld handmatig bewerkbaar.
  • Bij manual wordt schedule op Manual gezet.

4. Testen en resultinterpretatie

Wat Test doet

  • Voert de actieve definitie uit via POST /automations/{id}/test.
  • Via MCP kan test_autoflow de opgeslagen flow testen, of met een volledige payload een conceptdefinitie testen voordat je opslaat.
  • Markeert succesvolle nodes en connecties op de canvas.
  • Toont evaluaties voor condition-nodes (left/right/operator/passed).
  • Bewaart LLM traces en route-uitkomsten per LLM node.

Belangrijke outputs

  • context.values bevat metric/math/llm/element outputs voor templates.
  • context.evaluations bevat condition-resultaten.
  • context.filters laat toegepaste filterregels zien.
  • Action-resultaten bevatten path en executedAt.
Test altijd na wijzigingen in branches, metric keys of template-velden. De meeste regressies ontstaan door niet-bestaande keys in condition/action templates.

5. Flow maken met Vraag Dashbot

Vraag Dashbot opent de algemene Dashbot met een vooringevulde Autoflow-opdracht. Dashbot gebruikt daarna de Dashview MCP tools in de huidige gebruikerscontext, tenant en git-branch. De oude aparte flow-generatorroute is niet meer de primaire user-facing workflow.

MCP tools die Dashbot kan gebruiken

  • get_entity_contract('autoflow'), search_dashview_docs en read_dashview_doc_topic voor context wanneer nodig.
  • list_autoflows en view_autoflow om bestaande flows te inspecteren.
  • validate_autoflow, create_autoflow, update_autoflow en test_autoflow voor bouwen en controleren.
  • list_datasources, list_datasource_schema, run_datasource_query, list_elements en view_element om echte IDs en velden te verifiëren.

Prompt richtlijnen voor stabiele output

  • Noem exacte datasource-ID's en veldnamen.
  • Vraag expliciet om id op elke node.
  • Vraag expliciet om sourceId/targetId op elke connection.
  • Vraag voor condition/llmcondition alleen if/else branch-connecties voor paden die moeten doorgaan.
  • Vraag bij Element nodes om eerst list_elements/view_element te gebruiken, zodat element.elementId niet naar een willekeurig Element wijst.
  • Beperk de flow eerst tot een minimale werkende versie, breid daarna uit.
Maak een Autoflow met:
- trigger: dagelijks 08:00
- datasource: testdata
- filters: huidige week en vorige week
- metrics: sum(line_total) per filter
- condition: huidig < vorig
- action if: Notification naar all severity medium
- action else: Notification naar all severity info

Belangrijk:
- gebruik unieke node id's
- gebruik connections met sourceId en targetId
- condition branches mogen ontbreken als die branch de flow mag laten eindigen
- gebruik validate_autoflow en test_autoflow nadat je de flow hebt gemaakt

6. Troubleshooting

Veelvoorkomende validatiefouten

  • connections.*.sourceId: Field required: connection gebruikt verkeerd veld (zoals source).
  • connections.*.targetId: Field required: connection gebruikt verkeerd veld (zoals target).
  • nodes.*.id: Field required: node bevat alleen key maar geen id.
  • duplicate outgoing branch connections: condition node heeft meerdere edges voor dezelfde branch.

Runtime fouten

  • Unable to determine an entry node: flow heeft geen logische startnode.
  • Automation traversal exceeded safety limit: meestal een cycle in connecties.
  • Metric node ... requires a data source context: ontbrekende datasource upstream.
  • Connections must include both sourceId and targetId: ongeldig connection object.