Admin reference

Secrets & Variables: tenant runtime store

In Administration → Secrets & Variables beheer je tenant-brede runtime waarden. Variables zijn JSON-waarden; secrets zijn write-only en tonen geen plaintext na opslaan.

1. Variables

Runtime store variables en secrets
Runtime store met aparte tabellen voor variables en secrets.

Variable eigenschappen

  • id (unieke sleutel in tenant scope).
  • value is geldige JSON (string, number, bool, object, array).
  • Metadata: updatedAt, updatedBy, scope.
  • Gebruik in Elements via getVar() / setVar().

2. Secrets

Secret eigenschappen

  • id (unieke sleutel in tenant scope).
  • Plaintext wordt alleen tijdens invoer gebruikt; UI toont achteraf alleen hasValue.
  • Metadata: updatedAt, updatedBy, scope.
  • Gebruik in Elements via getSecret().

Operationeel advies

  • Gebruik secrets voor API keys/tokens, variables voor niet-gevoelige config.
  • Gebruik omgevingsprefixes in IDs (bijv. prod_, staging_).
  • Roteer secrets periodiek en verwijder ongebruikte entries.

3. API reference

Onderdeel Endpoint Payload
List varsGET /runtime-store/vars-
Upsert varPUT /runtime-store/vars/{id}{ "value": any }
Delete varDELETE /runtime-store/vars/{id}-
List secretsGET /runtime-store/secrets-
Upsert secretPUT /runtime-store/secrets/{id}{ "value": "..." }
Delete secretDELETE /runtime-store/secrets/{id}-